Over de mondhygiënist

Tags: ,

Eerst prikt ze een aantal keer pijnlijk in mijn tandvlees en drukt dan een spiegel in mijn handen. “Kijk eens.”  Ik zet mijn bril op. Mijn tanden blijken ineens rood omrand. “Het bloedt.”

Hetzelfde gebeurde een aantal weken terug bij de tandarts. Ook hij prikte in mijn tandvlees, ook hij constateerde bijna triomfantelijk dat er bloed uit kwam. Mijn tandvlees was ontstoken. Ik moest onmiddellijk naar de mondhygiënist. Zo’n onbehandelde ontsteking zakt namelijk steeds dieper in je kaak, totdat je kaakbot oplost en je tanden uitvallen. Ik maakte gelijk een afspraak.

“Je tandvlees is ontstoken.”, concludeert de mondhygiënist. Dat bloed komt niet door haar geprik,  maar door mijn waardeloze verzorging. “Als je niets doet zakt het steeds dieper in je kaak, lost je  kaakbot op en vallen je tanden uit.”

Het is niets nieuws. Op tandheelkundig gebied schiet ik al jaren tekort. Ik poets tweemaal daags alsof mijn leven ervan afhangt en toch kijken tandartsen louter misprijzend in mijn mond. Ik moet flossen. Ik moet niet te hard poetsen. Ik moet een elektrische tandenborstel. En mijn tandvlees is ontstoken. Eigenlijk is het een wonder dat na twintig jaar tandvleesontsteking mijn ondergezicht nog steeds intact is.

Zo bekeken is het een wonder dat Nederland überhaupt nog tanden en kaakbot heeft. Tandvleesontsteking is schering en inslag, sommigen zeggen dat 50% er last van heeft, anderen 30%. Toen mondhygiënisten in het tandvlees van 250 bezoekers van de Gezondheidsbeurs prikten, kwam er zelfs in 99% van de gevallen bloed uit. Een epidemie aan tandvleesontsteking overspoelt ons land.

U begrijpt dat ik niet bij die 99% wil horen. Ik geef om mijn tanden. Dus lig ik in de stoel van de mondhygiënist. Het is een gruwel. Een stoet  aan apparaten passeert de revue en van niet één weet ik hoe het eruit ziet en of hij zal sproeien  of zuigen, bikken, schuren, of polijsten. Ik lig daar langzaam te  verdrinken in de grote plas speeksel die zich telkens weer achter in mijn keel verzamelt en die ik niet wil doorslikken uit angst voor de smaak van het spulletje dat ze weer heeft aangebracht. Mijn  handen trillen, mijn ogen tranen, een druppel van het één of ander is op mijn kin terecht gekomen  en niemand maakt aanstalten om het weg te vegen. En dan, als het voorbij is, moet ik een afspraak  maken voor over een half jaar. Dat is protocol, dat is het advies. Twee keer per jaar een tandarts , en twee keer per jaar een mondhygiënist die misprijzend in je mond kijkt. Je geeft om je gebit of niet.

Het is lastig nee zeggen in zo’n tandartsstoel. Je ligt daar op je rug als  een hondje dat om genade smeekt, wie gaat er dan kritische vragen stellen aan die tandarts die op je neer kijkt? Wie  heeft er eigenlijk bedacht dat iemand in zo’n stoel kritische vragen over tarieven gaat stellen ? Ik weet doorgaans pas wat het gekost heeft als ik een paar weken later de rekening krijg. Sterker nog, ik weet pas welke behandelingen er zijn uitgevoerd als ik de rekening krijg.

Toch, er was die ene keer, dat het lukte om vanuit een tandartsstoel iets te weigeren. Ik was tiener  en mijn gebit schoot toen al tekort. Mijn kaak was te klein, mijn tanden sloten niet op elkaar aan. Een buitenboordbeugel moest “meer ruimte” creëren door mijn kiezen met een band om mijn nek naar achteren te trekken. Voor mijn onderkaak kreeg ik een zogeheten bumper die zorgde dat de kiezen in mijn onderkaak zich permanent schrap zette tegen mijn onderlip. Nog steeds heb ik een draadje achter mijn tanden dat volgens de tandarts moet blijven zitten omdat het anders binnen de kortste keren scheef zakt. Mijn tanden hebben blijkbaar verleerd hoe ze zonder metalen ondersteuning overeind kunnen blijven staan.

Maar toen de orthodontist voorstelde om als finishing touch het ribbelrandje aan de onderkant van  mijn voortanden weg te schaven en recht te maken –ik weet het nog heel goed, het apparaat had  hij al in zijn handen – is het toch gelukt om te weigeren. Er zijn grenzen, vond ik toen al. Er was wel genoeg aan mijn tanden getrokken en geduwd.

“Laat dat ribbelrandje maar zitten”, zei ik, “het is wel goed zo”. En nu ik rechtop achter mijn computer zit denk ik dat ik die afspraak bij de mondhygiënist ook maar afzeg. Ook bij de diagnose tandvleesontsteking zijn er grenzen.

Leave a Reply

Your email address will not be published.